De kievit.
De kievit. Foto: Rosemarie De Wit

Weidevogels herstellen zich, zorgen blijven

Natuur 169 keer gelezen

MEIERIJSTAD | Terwijl het broedseizoen alweer ten einde is, zien de vrijwilligers van Stichting Weidevogelbescherming Meierijstad een voorzichtig positief beeld ontstaan. Na enkele moeilijke jaren met droogte en teruglopende aantallen lijkt de weidevogelstand zich langzaam te herstellen. Tegelijkertijd maken de vrijwilligers zich zorgen over ontwikkelingen die de leefomgeving van de vogels verder onder druk kunnen zetten.

Door: Bas Ulehake

Binnen de gemeente zijn vier weidevogelgroepen actief: Schijndel, Rooi, Jekschot en Boerdonk. Samen met 114 vrijwilligers zetten zij zich ieder voorjaar in om nesten op te sporen, te registreren en te beschermen. Daarbij wordt nauw samengewerkt met boeren en loonwerkers. Die inzet lijkt resultaat op te leveren. Uit het jaarverslag van de stichting blijkt dat in 2025 in totaal 426 kievitslegsels zijn geregistreerd. Een jaar eerder waren dat er 401. Daarmee zet de stijgende lijn die in 2024 zichtbaar werd zich voort. Opvallend is bovendien dat bijna 16 procent van alle geregistreerde kievitslegsels in Noord-Brabant afkomstig is uit Meierijstad en directe omgeving. “Als je de kaart van Brabant bekijkt, zie je dat hier echt een concentratie van nesten zit,” vertelt Wil Foolen van Stichting Weidevogelbescherming Meierijstad. “Dat komt vooral doordat vrijwilligers, boeren en loonwerkers al jarenlang intensief samenwerken.”

Bescherming in het veld
Een belangrijk deel van het werk bestaat uit het beschermen van nesten tijdens landbouwactiviteiten. Vrijwilligers markeren nesten, stemmen werkzaamheden af met boeren en controleren gedurende het seizoen de voortgang van de broedsels. Ook worden steeds vaker moderne technieken ingezet. Met drones voorzien van warmtecamera’s kunnen nesten worden opgespoord die vanaf de grond nauwelijks zichtbaar zijn. Daarnaast worden op verschillende locaties vossenrasters geplaatst om predatie tegen te gaan. Vrijwilligers registreren tijdens het seizoen nauwkeurig gegevens over nesten, uitkomstpercentages en verliezen in de landelijke Boerenlandmonitor. Volgens Foolen zijn de zorgen over de toekomst dan ook niet alleen gebaseerd op gevoel, maar ook op jarenlange waarnemingen in het veld. “Onze vrijwilligers lopen hier al tientallen jaren rond en zien hoe het landschap verandert. Die praktijkervaring nemen we mee wanneer we kijken naar ontwikkelingen in het buitengebied.”

Druk op het landschap
De stichting ziet dat de beschikbare ruimte voor weidevogels steeds verder onder druk komt te staan. Nieuwe woningbouw, recreatieve ontwikkelingen en energieprojecten zorgen ervoor dat het landschap verandert. Daarmee neemt ook het leefgebied van verschillende vogelsoorten af. “De grond wordt steeds schaarser,” zegt Foolen. “We zien dat gebieden een andere bestemming krijgen en dat heeft uiteindelijk invloed op vogels die afhankelijk zijn van rust en open ruimte.” Ook veranderingen in de landbouw spelen volgens hem een rol. Minder insecten in het landschap en de aanwezigheid van predatoren kunnen gevolgen hebben voor de overleving van jonge vogels.

Zorgen over energieprojecten
Bijzonder kritisch kijkt de stichting naar mogelijke windmolens en zonneparken in of nabij weidevogelgebieden. Daarbij benadrukt Foolen dat de stichting niet tegen de energietransitie is, maar wel aandacht vraagt voor de gevolgen voor natuur en landschap. De discussie over windmolens speelde de afgelopen jaren nadrukkelijk in de Rooise Heide en Schijndelse Heide. Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord maakte het huidige gemeentebestuur echter duidelijk dat er deze
bestuursperiode geen extra windmolens bijkomen naast de vier reeds vergunde turbines van Veghel Win(d)t langs de A50. Ook wethouder Wern van Asseldonk sprak zich in die richting uit. Toch is het onderwerp volgens de gemeente nog niet volledig van tafel. Uit recente antwoorden op vragen van DeMooiRooiKrant en DeMooiSchijndelKrant blijkt dat het onderzoek naar de Rooise Heide en Schijndelse Heide gewoon doorgaat. Daarbij worden ook de mogelijkheden en onmogelijkheden van windenergie nog steeds meegenomen als onderdeel van een bredere gebiedsverkenning. De gemeente benadrukt dat de resultaten niet alleen bedoeld zijn voor de huidige bestuursperiode, maar ook gebruikt kunnen worden bij toekomstige afwegingen na 2030. Voor de weidevogelvereniging blijft dat reden om de ontwikkelingen kritisch te volgen.

Er moet iets gebeuren op het gebied van duurzame energie, dat begrijpen we ook,” zegt Foolen. “Maar bij zulke projecten moet goed gekeken worden naar de effecten op natuurwaarden en naar mogelijke compensatie als leefgebied verloren gaat.” Ondanks die zorgen blijft de stichting vooral inzetten op samenwerking. Vrijwilligers, agrariërs, natuurorganisaties en overheden zullen volgens Foolen gezamenlijk moeten blijven werken aan een leefbaar buitengebied. “De positieve ontwikkeling die we nu zien is mooi, maar niet vanzelfsprekend,” besluit hij. “Of soorten als de kievit, wulp, grutto en scholekster hier ook in de toekomst blijven voorkomen, hangt af van de keuzes die we de komende jaren maken.”

Wil Foolen voor een bord dat ook bij diverse akkers te vinden is.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant