Afbeelding
Foto:

D’n Toet: niet kapot te krijgen

Algemeen 720 keer gelezen

Een grootheid is het, letterlijk en figuurlijk. Schijndelaar André van den Oetelaar, bij velen beter bekend als D’n Toet, behaalde in zijn glorietijd in de klasse zwaargewicht het ene na het andere succes in de bokswereld. Vanuit zijn boerderij in Velddriel blikt hij terug op zijn belevenissen in de ring, maar ook daarbuiten.

Door: Angeline Vermeer

André is geboren op 7 november 1954 als jongste in een gezin met twee jongens. Ze woonden in de Pegstukken, tegenover de molen. Later verhuisde het gezin naar de Hertog Jan 2 laan. “Ik zat op school in de Hoevenbraak en had veel vriendjes. Toen ik negen jaar was ben ik begonnen met judo, dat ging me goed af, ik werd op mijn dertiende Nederlands kampioen. Graag wilde ik naar de sportacademie, maar werd helaas afgewezen. Er moest gewerkt worden en ik ging aan de slag als ijzervlechter, gruwelijk lomp en zwaar werk. Maar ik heb er wel veel spierkracht mee opgebouwd, ik versjouwde zo’n 20 tot 25 ton ijzer per dag. Ook ben ik samen met mijn broer nog een paar jaar heen en weer gereden naar België om daar als lasser te werken.”

“ik versjouwde zo’n 20 tot 25 ton ijzer per dag”.

In no time aan de top
Al dat zware werk en wellicht ook de judosport bezorgde de sportman een kapotte knie. Na drie operaties kreeg hij van de artsen het advies om te stoppen met judo. “Maar ik moest mijn energie kwijt, niet meer sporten was geen optie. Dit heeft me bij het boksen gebracht wat veel minder belastend was voor mijn knieën dan judo. Bij boksen moet je vijf wedstrijden winnen om een klasse hoger te komen, van C via B naar A. Dit zou dus minimaal vijftien wedstrijden moeten duren, maar ik won alles, ik sloeg alles kapot. Ik kreeg geen tegenstanders meer en uiteindelijk heb ik maar negen wedstrijden gespeeld om in de A-klasse te komen.”

Niet kapot te krijgen
Het ging hem allemaal voor de wind, er volgde een kwalificatie voor de Olympische Spelen. En ik werd benaderd door de trainer van Muhammad Ali om te boksen tegen Michael Spinks. Echt een droom die uitkwam. Maar de droom spatte uiteen. “Vlak voor die Olympische Spelen kreeg ik een auto ongeluk, en ik had behoorlijk wat letsel. Een verbrijzeld bovenbeen links en meerdere breuken in mijn andere bovenbeen. Ik lag drie maanden in het ziekenhuis, met in beide benen een hele hoop ijzerwerk. Maar ik móest vooruit, ik wílde bewegen. Al vrij snel nadat ik ontslagen was uit het ziekenhuis en mijn revalidatie had afgerond kreeg ik een profcontract aangeboden bij de Nederlandse Boksbond. Ik werd Nederlands kampioen in de klasse zwaargewicht, compleet met al dat metaal in mijn lijf. Later is al dat metaal ook allemaal weer verwijderd, die pin van een halve meter in mijn been zat me ontzettend in de weg.”

“Die pin van een halve meter in mijn been zat me ontzettend in de weg.”

Winnen van de groten der aarde
Het boksen was inmiddels niet meer te combineren met een normale baan. Van den Oetelaar werd opgeleid tot bokstrainer en startte zijn eigen boksschool in Wijbosch. En hij werd samen met Jo van Aarle de uitbater van Discotheek Goldfinger in Rosmalen.
De carrière van D’n Toet zat weer in de lift, hij bokste tegen de groten der aarde waaronder de Braziliaan Adilson Rodrigues, de nummer twee van de wereld. “Dat was wel wat toen, ik bokste tegen hem in Sao Paulo, in een hal met duizenden Brazilianen. Zij waren natuurlijk allemaal voor hun held ‘Maguila’, viel dat even tegen dat ik hem zo ongeveer over de jurytafel sloeg. Daarmee is die Braziliaan ook wel even van zijn voetstuk gevallen. Ik kon de eerste dagen na het gevecht mijn hotelkamer niet verlaten, maar uiteindelijk loste dat zichzelf ook wel weer op. Ze hadden met mij een soort van ‘nieuwe held’ gekregen. Rodrigues heeft overigens nog jarenlang gebokst op het hoogste niveau.”

Altijd bezig blijven in de sport
Na de professionele bokscarrière hield het voor de immer actieve Van den Oetelaar niet op. “Ik opende een fitnesscentrum aan de Dahliastraat in Schijndel en bleef actief in de vechtsport. Naast bokser ben ik ook freefighter geweest, daarvoor ben ik meerdere keren naar Japan afgereisd. En ik heb ooit nog eens meegedaan aan ‘De sterkste man van Nederland’, eigenlijk als grap. Maar wat denk je, dat won ik ook nog.”

D’n Toet – D’n uitsmijter
De wat oudere Schijndelaar kent D’n Toet niet enkel als bokser, hij stond ook regelmatig bij horecagelegenheden aan de deur als uitsmijter. “Vooral bij ’t Grifke in Schijndel was ik te vinden. Toos (Toos Boeren, red.) is een volle nicht van mij dus dat was al snel geregeld. En bij die deur zelf gebeurde niet zoveel, ze hadden gauw genoeg in de gaten dat er met mij niet te sollen viel. Vaak was het zo dat binnen in het café de wrijving ontstond, en dan later buiten groeide dat en werd het een relletje. Ook wanneer het een eindje verderop escaleerde probeerde ik ze uit elkaar te halen. Want zo’n kroeg werd achteraf dan toch met naam genoemd, ook al waren de vechtersbazen al buiten. Dat wilden ze uiteraard voorkomen. Ook werd ik gevraagd als beveiliger bij Lunenburg in Loosbroek, Axis in Gemert en Discotheek Mondial in Beek (L) . Mensen voelden zich veilig wanneer ze mij aan de deur zagen staan. Dat is altijd mijn kracht geweest, rust uitstralen, vertrouwen van de gasten winnen en gefocust blijven. Met woorden en een strakke blik bereik je een hele hoop. Als ik er nu aan terug denk dan was het op zijn zachtst gezegd ook best bijzonder, ik was soms de enige beveiliger in een uitgaansgelegenheid waar 1500 gasten binnen waren.”

Nog steeds in de beveiliging
Sinds 1985 woont D’n Toet in Velddriel, in een oude gerenoveerde boerderij. De relatie met de moeder van zijn kinderen heeft helaas geen stand gehouden, maar zowel zijn dochter als zijn zoon wonen met hun gezinnen bij hem in de buurt. Nog steeds werkt hij als ZZPer in de beveiliging. “Ik word ingehuurd bij verschillende locaties. Met de nieuwe soorten drugs van nu is er wel het een en ander veranderd. Vroeger hadden ze gedronken of een joint gerookt, en daar bleef het dan ook wel bij. Maar ik ben nog fit en kan dit werk nog prima doen.

Het allerliefste wat ik tegenwoordig doe is een ticket boeken naar Canada, ik heb daar een appartement wat ik ook verhuur. Ik vind het een fijn land om te zijn, met veel ruimte. Als ik in mijn gehuurde auto kilometers ver door de natuur rijd voel ik me intens gelukkig.”

André vertelt met een glimlach over zijn verleden als bokser.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant