
Voetbal kijken als niet-voetbalfan: Help!
Human Interest 292 keer gelezenSCHIJNDEL | Er hangen oranje vlaggetjes door de straten, in de supermarkten liggen voetbalvormige afbakbroodjes en waar je ook komt, heeft men het erover. Maar mij niet bellen: ik kan er met mijn hoofd niet bij waarom het WK voetbal zo’n grote rol speelt in het leven van zoveel mensen
DeMooiSchijndelKrant weet hiervan en heeft mij daarom toch gebeld met een opdracht: ‘Ga de wedstrijd Nederland – Japan kijken en leg jouw ervaring vast.’ Dus zie hier: voetbal kijken vanuit de ogen van een niet-voetballiefhebber.
Door: Nina van den Heuvel
Stap 1: jezelf moed indrinken
Ik arriveer rond kwart voor tien, vlak voor de wedstrijd, in The Pub in Schijndel. Oranje laarzen en een oranje shirt zorgen ervoor dat ik me redelijk goed kan camoufleren in de gezellige menigte. Terwijl ik aan de bar wacht, realiseer ik me hoe toepasselijk het eigenlijk is dat ze in het Engels jezelf moed indrinken Dutch courage noemen. Ik voel me namelijk toch een beetje een vis op het droge. Gelukkig helpt het vriendelijke barpersoneel me snel aan een biertje.
Stap 2: Serieus onderzoek
Oranjekleding, check. Biertje, check. Tijd om serieus onderzoek te doen. Want wat motiveert mensen om massaal een WK-wedstrijd in de kroeg te gaan kijken? “Iedereen is fan. Er gelden geen teams; je bent samen één,” vertelt iemand mij aan de bar. Daarbij moet deze beste man mij eerst nog even uitleggen dat het Nederlands elftal bestaat uit de beste Nederlandse voetballers van verschillende clubs. (Had ik al gezegd dat ik écht niets van voetbal weet?) Maar ik vind het een mooi sentiment. Iedereen die op dat moment in The Pub staat, wil hetzelfde: dat hún team wint.
Stap 3: Afgeleid raken
Het verwachtingsvolle geroezemoes verdwijnt bijna volledig wanneer de poppetjes op tv achter de bal aan beginnen te rennen. Het spelletje is begonnen. Al snel valt me op dat er verschillende soorten supporters zijn. Des te dichter zij bij een van de schermen staan, des te stiller zij zijn en des te minder zij hun ogen van het scherm af halen. Kort nadat de wedstrijd is begonnen, komt er ineens veel geluid uit hen. Ik weet alleen even niet zeker of het gejuich of gejammer is. Zij hebben duidelijk even geen tijd voor een nieuwsgierige verslaggever, dus ik ga in gesprek met een vriendengroep die wat verder in het midden van The Pub staat. Ze zijn een bijzonder nuttige bron van informatie. Want hoe meer ik naar de wedstrijd kijk, hoe minder ik ervan begrijp. Bij hen kan ik terecht met vragen zoals: Aan welke kant moet er gescoord worden? Wat is ‘buitenspel’? Wie is dat? En wie is die andere? Met het geduld van een kleuterjuf leggen ze alles uit.
De spontane theoretische voetbalcursus wordt abrupt onderbroken wanneer Nederland op 1-0 komt. Het luide gejuich van het volle terras mengt zich met dat van binnen in de kroeg. Mensen vallen elkaar in de armen en de sfeer is uitgelaten. Lang duurt het feest echter niet. Japan maakt de 1-1 en op ongeveer hetzelfde volume klinken nu vooral teleurgestelde “aaahhh’s” in plaats van enthousiaste “euuuuu’s”.
Stap 4: GOAL!
Op dit punt heb ik al zeker vijf pilsjes achter de kiezen en is het hartstikke gezellig met de Oranjefans. Ik vind het bijzonder om mensen zoveel vreugde en spanning uit te zien stralen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik eigenlijk vooral naar de mensen heb gekeken en nauwelijks naar het voetbal zelf; daarvoor ben ik hier! Dus ik voeg me bij de diehards voor het scherm. Met de basiskennis nog vers in het geheugen begin ik het stiekem toch een beetje spannend te vinden. Dat is nieuw. Om me heen hoor ik kenners moeiteloos namen noemen van de rennende mannen op het scherm. (hoe ze die zo rap herkennen, is voor mij een raadsel) En dan gebeurt het. Nederland scoort de 2-1. Als iemand mij een week eerder had verteld dat ik in een volle kroeg zou staan juichen om een WK-wedstrijd, had ik diegene waarschijnlijk voor gek verklaard. Maar toch sta ik daar, armen in de lucht, net als de rest.
Stap 5: Reflecteren
Tijdens een zoveelste trip naar de bar werd het 2-2, en daar ging het ook bij blijven. Een beetje een suf einde van de wedstrijd misschien, maar eigenlijk draaide de avond daar niet om. Niet voor mij, en volgens mij ook niet voor veel van de oranjegeklede supporters om me heen. Ik denk dat juichen en jammeren maar een deel van het verhaal is. Voetbal begrijp ik misschien niet helemaal (en ga ik waarschijnlijk ook nooit doen), maar saamhorigheid wel. En saamhorigheid was er. Dat heb ik deze avond in De Pub geleerd. Eén team. Eén kleur. Samen één. Dat kan ik wel respecteren.
Maar je zult me geen oranje vlaggetjes zien ophangen de komende tijd.









