
Een leven in dienst van EHBO en sportzorg
Human Interest 1.440 keer gelezenSCHIJNDEL | Vijftig jaar toewijding aan EHBO en sportverzorging. Vijftig jaar klaarstaan voor anderen, bij ongevallen in het dagelijks leven, maar met name op het sportveld en bij talloze evenementen. Voor Anton Schellekens (74) is eerste hulp geen hobby, maar een manier van leven. Wat begon als interesse in verzorging, groeide uit tot een indrukwekkende loopbaan waarin hij talloze mensen hielp, adviseerde en inspireerde.
Door: Caroline van der Linden
Het begon allemaal eind jaren ‘70 in Schijndel, waar Anton opgroeide. In die tijd kwam hij terecht bij de BB, Bescherming Bevolking. Bedoeld voor calamiteiten in tijden van oorlog, waarbij elke gemeente zijn eigen hulpverleners moest hebben. Hij besloot een EHBO-cursus te volgen, haalde in ‘75 zijn EHBO-diploma en raakte al snel gefascineerd door de wereld van eerste hulp. Hij volgde niet alleen de cursus maar kwam, toen de BB in 1980 afgeschaft werd, al snel in het bestuur van de EHBO-vereniging. Enkele jaren later werd hij vice-voorzitter en in 2006 na het vertrek van zijn voorganger nam hij de taak van voorzitter op zich die hij tot 2017 vervulde. “Soms viel een arts last-minute uit en werd ik gevraagd om de les over te nemen.” Zijn beroep als leerkracht in het basisonderwijs kwam hierbij goed van pas om de stof kundig over te dragen. Zo groeide hij in het vak. “Maar hoe meer hij zich verdiepte in de EHBO, hoe meer hij ook zag waar de tekorten lagen. “De basis was goed, maar voor sporters was er nauwelijks specifieke EHBO-kennis. Wat doe je bijvoorbeeld bij een verstuikte enkel op het veld? Of een acute knieblessure? Daar wilde ik meer mee doen.”
Een onverwachte rol
Zijn expertise kwam onverwacht goed van pas. “Mijn broer zat in het bestuur van voetclub Avanti in Schijndel en gaf aan een probleem te hebben. De verzorger en tevens EHBO-er van het tweede elftal stopte ermee. “Ik had niks met voetbal, maar was uiteraard graag bereid hen uit de brand te helpen. Ik zou wel kijken hoe het liep en als het me niet beviel zou ik eind van het jaar stoppen. Maar al snel merkte ik dat ik in een gespreid bedje kwam, de spelers vonden alles prachtig wat ik deed. Het team werd ook nog kampioen dat jaar,” lacht Anton. “En voor ik het wist, zat ik er helemaal in.” De club zag zijn toewijding en stelde voor zijn opleiding tot sportmasseur te bekostigen. “Ik twijfelde. EHBO en sportverzorging zijn toch net iets anders. Maar ik zei ja.” Die beslissing bleek het begin van een jarenlange betrokkenheid bij de sportzorg. Een pittige opleiding. Drie dagen per week studeren, naast werk en gezin, maar Anton zette door en had binnen een jaar zijn papieren op zak. “Ik wilde meer kunnen betekenen voor sporters. Niet alleen pleisters plakken, maar echt helpen bij herstel en preventie. Ik weet het nog goed, we hadden verplicht van die witte jassen aan”, vertelt hij.
“We zagen eruit als dokters. Zo’n jas heb ik nog even gedragen langs het voetbalveld, dat was toen normaal. Als je op school werkte, deed je een pak met stropdas aan.” Maar al snel schafte hij het af, want langs een voetbalveld was het wel heel besmettelijk. De club sponsorde hem maar al te graag een net trainingspak met bijbehorende schoenen, zodat hij goed vooruit kon. Na 38 actieve jaren bij Avanti, vond hij het tijd om te stoppen. ‘Blijf nog even’, vroegen ze hem, maar hij vond het wel welletjes. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Door verschillende clubs werd hij benaderd, waarna hij nog een jaar of vier in Erp werkzaam was en tot op heden bij voetbalclub Rhode in Sint-Oedenrode zijn ervaring in de praktijk brengt.
Meer dan pleisters plakken
Anton heeft door de jaren heen duizenden blessures gezien: verzwikte enkels, gescheurde hamstrings, botsingen op het veld. “Soms is het simpel: koelen en verbinden. Maar soms moet je juist inschatten wanneer iemand écht uit het spel moet. En dat is niet altijd populair.” Een van de momenten die hem het meest bijgebleven is, was een ernstige hoofdblessure bij een jonge voetballer. “Hij wilde doorspelen, maar ik zag dat het niet goed zat. Zijn ouders waren er niet, de coach twijfelde. Ik hield voet bij stuk: hij moest naar het ziekenhuis. Later bleek dat hij een hersenschudding had. Had hij doorgespeeld, had het verkeerd kunnen aflopen.”
Naast voetbal hielp Anton ook bij wielerevenementen, marathons en andere sportwedstrijden. “Elke sport heeft zijn eigen risico’s. Wielrenners hebben vaak schaafwonden en sleutelbeenbreuken, hardlopers kampen met overbelasting en hitteproblemen.” Dankzij zijn brede ervaring weet hij precies hoe te handelen.
Van leerling naar leermeester
Anton bleef niet alleen actief in de praktijk, maar zette zich ook in voor onderwijs. “Als je kennis hebt, moet je die delen,” vindt hij. Hij leidde honderden nieuwe EHBO’ers op, gaf workshops en ontwikkelde trainingsprogramma’s. Zijn lessen waren nooit saai. “Theorie is belangrijk, maar het gaat erom dat mensen écht begrijpen wat ze moeten doen. Dus ik gebruikte altijd veel praktijkvoorbeelden. Hoe herken je een shock? Wat doe je als iemand een tand verliest? En vooral: hoe blijf je rustig als iedereen om je heen in paniek raakt?” Zijn werk bleef niet onopgemerkt. Anton ontving in de loop der jaren de bronzen, zilveren en gouden EHBO-onderscheidingen en werd meerdere keren in het zonnetje gezet voor zijn bijdrage aan de hulpverlening. Toch blijft hij bescheiden: “Ik doe gewoon wat nodig is.”
Uitdagingen en hoogtepunten
Met een halve eeuw ervaring heeft Anton veel zien veranderen in de wereld van EHBO en sportzorg. “Vroeger was EHBO vooral pleisters plakken en verbanden aanleggen. Nu begrijpen we veel beter hoe het lichaam reageert op trauma en stress. De technieken zijn verbeterd, en er is veel meer aandacht voor preventie.” Maar er zijn ook uitdagingen. “Mensen vertrouwen tegenwoordig misschien wel té veel op EHBO’ers. Ze denken soms dat wij artsen zijn. Ik heb weleens meegemaakt dat iemand na een flinke val niet naar het ziekenhuis wilde omdat ‘de EHBO’er wel even naar keek’. Maar wij kunnen niet alles oplossen. Soms moet je gewoon naar een arts.” Anton merkt ook dat er een tekort is aan nieuwe EHBO’ers. “Jonge mensen hebben het druk. Ze vinden EHBO misschien minder spannend dan vroeger, terwijl het juist zo’n belangrijk vak is. Daarom probeer ik mijn cursussen altijd zo boeiend mogelijk te maken. Geen droge stof, maar echte scenario’s uit de praktijk.” Vijftig jaar, een lange tijd. “Het mooiste moment? Dat zijn er veel. Maar als iemand na een blessure of ongeval naar je toekomt en zegt: ‘Dankzij jou kon ik snel herstellen’, dan weet je waar je het voor doet.”
De toekomst
Nu, bijna vijftig jaar na zijn eerste EHBO-les, ziet Anton dat het vak blijft veranderen. “De kennis is toegenomen, maar ook de verwachtingen. Mensen vertrouwen op EHBO’ers en sportverzorgers. Dat betekent dat je moet blijven leren.” Zijn advies aan nieuwe EHBO’ers? “Blijf oefenen, blijf leren, en wees niet bang om verantwoordelijkheid te nemen. Want soms, op dat ene cruciale moment, kan jóuw kennis het verschil maken.” Anton denkt na over zijn toekomst. Hij is 74, maar met pensioen gaan? “Nee, daar ben ik nog niet aan toe. Zolang ik kan, blijf ik actief. EHBO is niet alleen een vaardigheid, het is een manier van denken. Het gaat om verantwoordelijkheid nemen, om durven ingrijpen. Die mentaliteit wil ik blijven overdragen.” Anton Schellekens is een man die niet graag in de schijnwerpers staat. Maar zijn impact? Die is onmiskenbaar. Dankzij zijn jarenlange inzet zijn talloze sporters geholpen, zijn er nieuwe EHBO’ers opgeleid en is eerste hulp op het sportveld naar een hoger niveau getild. En ook nu, na een halve eeuw dienst, blijft hij doen wat hij altijd heeft gedaan: helpen waar hij kan.










