
Erwin Janssen: “Meer dan een sprong”
Human Interest 1.975 keer gelezenEERDE | Erwin Janssen, een toegewijd inwoner van Eerde, is een van de drijvende krachten achter de herdenking van de Tweede Wereldoorlog-parachutisten in Nederland. Zijn levensverhaal is verweven met de herinneringen aan de oorlog, zijn diepe persoonlijke betrokkenheid bij de veteranen en zijn inzet in Eerde. Als voorzitter van het Round Canopy Parachuting Team (RCPT) The Netherlands organiseert hij herdenkingssprongen en zorgt hij ervoor dat de verhalen van de parachutisten niet vergeten worden.
Door: Bas Ulehake
Erwin Janssen groeide op in Limburg, waar zijn passie voor militaire geschiedenis al op jonge leeftijd ontstond. Hij raakte bijzonder gefascineerd door de verhalen van de geallieerde parachutisten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als veertienjarige las hij een artikel in ‘de Kijk’ over Howard Johnson, een Amerikaanse parachutist en commandant van het 501ste Parachute Infantry Regiment. Dat zette hem ertoe aan om meer te leren over de parachutisten die betrokken waren bij de bevrijding van Nederland en zonder internet was dat een flinke uitdaging. Zijn zoektocht leidde hem uiteindelijk naar Eerde, een belangrijk strijdtoneel tijdens Operatie Market Garden.
“Mijn vader bracht me voor het eerst naar Eerde om de herdenkingen bij te wonen,” vertelt Erwin. “Ik stond daar toen als klein manneke en kende er helemaal niemand. Toen kwamen er ook nog veel veteranen en zo ben ik in contact gekomen met diverse veteranen. Ze vonden het ook heel leuk dat een jong iemand interesse had en ook nog eens zoveel wist van wat zij hadden meegemaakt. Dat hebben we zo jarenlang gedaan, want mijn vader vond het ook heel interessant.”
Tijdens zijn studie op de HTS moest hij stage lopen en kwam zo in Den Bosch terecht bij een computerbedrijf, waar hij is ‘blijven hangen’. Daar ontmoette hij zijn vrouw en medebestuurslid Elize. “Het was grappig dat, toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, ze verbaasd was dat ik wist waar Eerde was,” lacht Erwin. Ze werden in eerste instantie vrienden, maar al snel groeide hun vriendschap uit tot een verkering. “Uiteindelijk kwam ik bij haar ouders thuis en begon ik ook dingen te vragen over wat zij hebben gezien tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen is het balletje pas echt gaan rollen. Ik leerde toen namelijk nog meer mensen kennen in het dorp aan wie ik nog meer vragen kon stellen. Uiteindelijk hebben we dan ook een huis gebouwd in Eerde.”
In 2004 ging Erwin bij het Airborne Comité, dat sinds 1981 bestaat. Daarnaast was het stel ook betrokken bij het herstel van de molen. Erwin, die ook uit een familie van molenaars kwam, besloot de opleiding tot molenaar te volgen. “Ik vond het zo mooi: de plek waar al vele jaren de veteranen kwamen, waar ik al jaren naartoe ging om de herdenkingen te doen, de plannen om de molen te restaureren. En ik ga de molenaarsopleiding doen, wat bij mij in de familie ook erg gewaardeerd werd dat er toch iemand uit de nieuwe generatie dat ook oppakt.”
In 2004 leerden ze een veteraan kennen: Bobby Hunter, een Amerikaanse veteraan van de 101st Airborne Division. Bobby werd voor Erwin niet alleen een goede vriend, maar ook een soort tweede vader. “Er was meteen een klik tussen ons,” herinnert Erwin zich.
Bobby had een grote invloed op Erwin’s betrokkenheid bij het parachutespringen. Tijdens een van de herdenkingen in 2004 zag Erwin het Airborne Demonstration Team springen en zei tegen zijn vrouw Elize dat hij dat ook graag eens zou willen doen. “Want dit is toch wel het dichtst dat je kunt komen bij het echte werk, met natuurlijk het grootste verschil dat er niemand op je schiet.” Bobby hoorde dit en nam het serieus. Hij belde ons in 2007 op en vroeg of we twee weken eerder naar Amerika konden komen. Zijn zoon Robert ging de opleiding doen bij ‘ADT’. Ik dacht dat hij wilde dat we zouden komen kijken, maar hij zei: ‘Nee, ik wil dat allebei mijn zonen dat gaan doen’, en dat maakte mij wel heel trots. Toen kon ik geen nee meer zeggen,” vertelt Erwin trots.
Het voelde alsof ik echt deel uitmaakte van hun geschiedenis.
Erwin onderging de training met goed gevolg en na zijn vijfde sprong kreeg hij zijn “jump wings”, die hem door Bobby en diens goede vriend en mede-veteraan Bert Collier werden opgespeld. “Dat moment, toen ze mij mijn wings opspelden, was een van de meest trotse momenten in mijn leven, echt kippenvel,” zegt Erwin. “Het voelde alsof ik echt deel uitmaakte van hun geschiedenis.”
“Die eerste sprong vond ik eigenlijk de makkelijkste toen, want je weet helemaal niet wat er op je af komt. Je bent zo nerveus als het maar zijn kan, want er speelt van alles door je hoofd. In de opleiding leer je eigenlijk alleen maar wat fout kan gaan. En voor je het weet ben je buiten… En dan hang je ineens aan de parachute… En dan is het ineens stil. Want de bulderende motoren van het vliegtuig zijn weg. Het enige dat je daarna hoort, is elkaar in de lucht. En de ene schreeuwt nog harder van de adrenaline dan de andere, echt geweldig.
De tweede keer dat je springt komt er meer besef. En dan ga je eruit en dan schrik je jezelf toch lens. Dan besef je pas als je naar de deuropening gaat dat de luchtstroom met gebulder van de motoren, waar je doorheen moet. En dan komt het gevoel van: waar ben ik aan begonnen? Daarna kwam voor mij de moeilijkste sprong. Want dan ben je jezelf helemaal bewust van wat je allemaal mee gaat maken en dat begint al met het opstijgen. En zo heb je ineens je vijfde sprong gemaakt en nog een. Je bent je dan steeds meer bewust van de gevaren, maar weet goed wat er op je af komt.”
Tijdens het springen heeft Erwin ook altijd enkele bijzondere items bij zich: de foto’s van drie veteranen die voor hem heel dierbaar zijn. Dat zijn Bobby Hunter, Jacob Wingard, die gesneuveld is in de molen en Joe Mero, de oom van een hele goede vriendin van Erwin en Elize uit Amerika, die in Eerde dodelijk gewond is geraakt. Zij zal ook aanwezig zijn in Eerde. Daarnaast heeft hij altijd een vlag bij zich. “Dat is een blauwe vlag van het 501st. Die vlag is gesigneerd door vele veteranen; daarnaast houd ik het aantal sprongen bij op de vlag. Op dit moment 174; 175 zal op de Sonse Hei zijn en sprong 176 zal gemaakt worden in Eerde.”
“Het springen is voor mij ook heel persoonlijk, zeker door de band met de veteranen. Ik heb ze ook altijd in gedachten. Waarbij mijn sprong in 2014 toch het meest persoonlijk was.”
![]()
Erwin met de foto’s. - Bas Ulehake
Emotionele sprong
In 2013 werd Bobby gediagnosticeerd met kanker en overleed hij kort daarna. Zijn laatste wens was om gecremeerd te worden en dat de helft van zijn as naar Nederland zou komen om te worden uitgestrooid op de dropzone in Eerde, bij de boom waar hij bijna in terecht was gekomen tijdens de oorlog. Dit werd zijn “boom”. De andere helft van zijn as wilde hij uitgestrooid hebben in zijn schuttersputje in Bastogne, België, waar hij een van de moeilijkste tijden van zijn leven had doorgebracht.
Erwin en Elize reisden naar Amerika om Bobby’s familie bij te staan en om zijn wens te vervullen. Op 17 september 2014 om 13.01, precies 70 jaar na de oorspronkelijke sprong in Eerde, sprong Erwin uit een vliegtuig met de as van Bobby bij zich. “Het was de meest emotionele sprong die ik ooit heb gemaakt,” vertelt hij. “Toen ik de grond raakte, moest ik even gaan zitten. Samen met vrienden hebben we Bobby’s as uitgestrooid bij zijn boom. Het was een moment van intens verdriet, maar ook van trots.” Op 18 december reisden ze naar Bastogne, de dag van zijn overlijden en toevallig ook de verjaardag van Elize, om de rest van zijn as uit te strooien in zijn oude schuttersputje.
Betrokkenheid
Voor Erwin Janssen gaat het werk van RCPT Nederland en zijn persoonlijke betrokkenheid bij de herdenkingssprongen veel verder dan alleen maar evenementen organiseren. Het gaat om het levend houden van de herinneringen, het vertellen van de verhalen en het verbinden van mensen met hun geschiedenis. Door zijn sprongen, zijn werk als molenaar en zijn persoonlijke verhalen, zoals die van Bobby Hunter, zorgt Erwin ervoor dat de opofferingen van de parachutisten nooit worden vergeten. “Het is meer dan alleen een sprong,” besluit Erwin. “Het is een eerbetoon, een les in geschiedenis en een manier om te vieren dat we vrij zijn. En dat zal ik blijven doen, zolang ik kan.”










