
Invasie met de kerst
ColumnIs het u al opgevallen? Deze winter hebben we te maken met een ware invasie van pimpelmezen. Je ziet ze werkelijk overal, in houtwallen, bomenrijen en vooral ook in de eigen tuin. Hoe kan zoiets nou ineens gebeuren? Waar komen ze vandaan? En moeten we ze helpen, of is dat juist niet de bedoeling? Vraagtekens genoeg…
Ongekende aantallen
Nu is onze pimpelmees wel een hele bekende verschijning in onze tuinen, zeker in de winterperiode. Maar dit jaar is het vogeltje met het pimpelpaarse petje in recordaantallen in onze tuinen neergestreken. De meeste pimpelmezen komen uit de Baltische staten en West-Rusland, en zoeken naar betere omstandigheden om de winter door te komen. We zullen Poetin maar niet de schuld geven, die heeft andere dingen aan zijn hoofd… Waarschijnlijk is het voedselaanbod in hun broedgebieden te schraal, en kiezen de mezen massaal om te overwinteren in onze omgeving. En dan praten we over tienduizenden pimpelmezen die op de vogeltrek zijn waargenomen.
Slimme rakkers
In de jaren ’50 werd de melk rondgebracht en in glazen flessen bij de voordeur gezet, met een aluminium dopje als afsluiter. De pimpelmees was er als de kippen bij om een gaatje te prikken in het dunne dopje, en snoepte zo van het roomlaagje op de melk. Dit gedrag werd door de jongen overgenomen, en wij hebben toen het melkflesdoppen-idee maar weer in de prullenbak gegooid. Anno 2025 kunnen we genieten van de overige trucjes en acrobatische toeren die onze slimme pimpelmees allemaal laat zien. Bungelend aan een dun pindasnoertje of takje, of ondersteboven hangend aan een halve kokosnoot: moeiteloos pikt-ie zijn kostje bij elkaar.
Biedief
In Schijndel heeft de pimpelmees deze bijnaam te danken aan een ander slim trucje: hij wacht tot de larven van de bijen zo groot zijn geworden, dat ze een mooi formaat vormen om aan hun jongen te voeren in de broedtijd. Met een bliksemsnelle actie pikken de biedieven een larve uit het nest, om die aan de hongerlijers te kunnen geven. Als je goed kijkt naar hun kleine spitse snavel, dan weet je dat we hier te maken hebben met echte insecteneters. Maar ’s winters verandert de maagwand van onze biedieven, zodat ze in staat zijn om zaden te verteren. Slim hè?
Voeren of niet?
Ik vind het een fascinerend schouwspel om de mezen op de voedertafel bezig te zien. En als je bedenkt dat ze keihard moeten werken om hun hoge lichaamstemperatuur op peil te houden, dan wil ik ze daar best wel mee helpen. Maar wel op een paar dingetjes letten: geen zout, en kleine hoeveelheden voeren. Zo voorkom je ongewenst rattenbezoek, en je krijgt geen beschimmeld voer. Een tip tot slot: smelt zoutloos dierlijk vet (Ossewit) in een oud koffiekopje, roer er zonnepitten doorheen en laat het roerhoutje zitten. Heeft de biedief gelijk een zitstok.
Anton









