
Het mysterie van de grote trek
Column 731 keer gelezenElk jaar rond deze tijd verbaas ik me weer over de enorme aantallen vogels die over ons land trekken richting zuidelijke streken. Het zijn er echt miljoenen, en het gaat heus niet over een soort vakantiereisje: het afstandsrecord staat op meer dan dertienduizend kilometer! Als je deze cijfers leest, komen de vragen vanzelf: hoe kan dit, en waarom steken ze er zoveel energie in? Het is nog gevaarlijk ook, dus wat is de drijfveer achter dit hachelijke avontuur?
Waarom zover?
Daarvoor moet je terug in de geschiedenis van de aarde, toen er nog ijstijden waren. Vogels uit tropische streken kwamen erachter dat je het beste je jongen kon grootbrengen in de noordelijke landen, waar het ijs zich teruggetrokken had; dat was een eldorado voor insecteneters. Bovendien waren de dagen in het noorden veel langer, en dus kon je in kortere tijd je jongen vliegensvlug krijgen. Na de laatste ijstijd werd die afstand tussen de tropen en het insectenrijke noorden steeds groter, want het ijs trok zich steeds verder terug richting de noordpool. Dus je raadt het al: de evolutie zorgde ervoor dat veel vogelsoorten steeds verder gingen vliegen om hun ideale broedterrein in de zomer te vinden. Onze fitis heeft er, acht gram zwaar, een reis voor over van Schijndel naar Zuid-Afrika!
Hoe vinden ze de weg?
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de èchte trekvogels beschikken over een high-tech instrument: het magnetisch kompas. Dat zit niet als een soort pacemaker op de borstkas, maar (heel slim) in het netvlies: in het oog van bijvoorbeeld een roodborstje zitten supergevoelige sensoren, die contact kunnen maken met het aardmagnetisch veld, diep in het binnenste van onze aarde. Zo kunnen ze niet alleen gemakkelijk de noord-zuid as vinden, maar het roodborstje kan tegelijk de hoek bepalen ten opzichte van het aardoppervlak, en ’s nachts feilloos in de juiste richting vliegen. Niet alle vogels hebben deze gps aan boord: dankzij moderne technieken kunnen we de “uitrusting” van trekvogels vergelijken met die van niet-migrerende vogels, bijvoorbeeld een kip. Wat bleek: het roodborstje, met een hersenmassa van één gram, werkt met supergevoelige detectiemiddelen, terwijl de kip het moet doen op z’n boerenfluitjes…
Vogeltrekstation Arnhem
Hier wordt het hele jaar rond onderzoek gedaan, dankzij de vijfhonderd ringers die in ons land actief zijn, opgeleid door het vogeltrekstation zelf. Ze werken samen met alle andere stations, overal ter wereld, en vormen zo een sluitend netwerk. Iedereen kan de informatie van een gevonden ring doorgeven, en zo een bijdrage leveren aan hun belangrijke werk. Ook wordt onderzoek gedaan naar de invloed van pesticiden op broedvogels in Nederland. En dat die negatieve invloed niet beperkt blijft tot de vogels en insecten, maar ook de mens bedreigt, is inmiddels zo klaar als een klontje. Ons grondwater wordt simpelweg vergiftigd door de negen miljoen kilo bestrijdingsmiddelen die we jaarlijks in ons land rondstrooien. De vlinders en bijen verdwijnen in rap tempo, de vogels volgen hun lot, en de mens? Die is al aardig onderweg met dertig procent meer Altzheimer-patiënten in de laatste tien jaar. Maar de economie is natuurlijk ietsje belangrijker.
Anton Hellings









