Goudvink mannetje
Goudvink mannetje Foto: Mart Schel

De kroonprins van het woud

Column

Sluipend komt de lente in zicht. Oké, je moet wel op de kleintjes letten; de kamperfoelie loopt als eerste van onze inheemse struiken uit, en wijst met zijn “Franse lelie-blaadjes” fier naar de hemel. Ook de hazelaar laat zijn katjes al vrolijk slingeren, kortom: het bos roept… Vergeet echter de laarzen niet, want zonder serieuze vorst in het verschiet krijgen we de ene na de andere depressie over ons heen. En dat heeft zijn effect op onze leembossen. Maar als je dan op een verlaten open plekje beloond wordt met een groepje goudvinken, dan kan de dag niet meer stuk.

Verrassende ontmoeting
Dit overkwam me afgelopen week in het Elderbroek. De onderbegroeiing met hazelaars en essen is hier behoorlijk dicht, dus je kunt er niet ver vooruit kijken. Echt struinbos, waar je af en toe goed moet kijken waar het pad loopt. Dan ineens, vanuit het niets, het zachte melancholieke fluitje van de goudvink. Niet te missen of te verwarren met andere vinken: ik kan het nooit laten om terug te fluiten op dezelfde zachte toon. Ik krijg antwoord, en meteen daarop vallen er vijf goudvinken in de top van de hazelaar, vier meter voor mijn neus. Ik sta stokstijf stil, en verbaas me over de prachtige contrast-kleuren; onze kroonprins van het woud! Een pikzwarte pet, zowel bij het vrouwtje als het mannetje. De borst van het mannetje prachtig rose-rood, overlopend in een spierwitte stuit. Het vrouwtje heeft dezelfde tekening, maar dan een beige borstkleur. Ik krijg geen kans om een foto te maken, want ze vliegen alweer op; de witte stuit steekt fel af tegen de zwarte staart, terwijl ze van me af vliegen. Op deze manier kijk ik ze nog ver na, goed zichtbaar tegen het grijze bladerloze decor.

Notenkrakers
Goudvinken struinen in deze tijd van het jaar heel wat kilometers bos af. Ze trekken daarbij in kleine groepjes langs de bosranden, op zoek naar eetbare zaden en knoppen. Ze zijn verzot op de gevleugelde zaden van de es. Met hun stevige kegelsnavel kunnen ze trouwens alle zaden kraken, en hun sterke nekspieren komen hierbij goed van pas. De Engelsen hebben hem dan ook bullfinch genoemd; de goudvink heeft inderdaad een echte stierenkop. Het schijnt dat ze zelfs kersenpitten met gemak pletten. Maar als er een jaar is met weinig essen-nootjes, dan vallen de goudvinken terug op de appelbomen. En daar zijn dan onze appeltelers niet blij mee, want een koppeltje goudvinken is in staat om in een mum alle bloesemknoppen van een appelboom af te vreten.

Woud met perspectief
Natuurlijk kunnen we de tijd niet meer terugdraaien naar de middeleeuwse wouden in de Bodem van Elde, maar toch is het nog steeds mogelijk om mooie dingen te beleven in ons buitengebied. Daarbij ziet de toekomst in het Schijndelse “woud” er voor de goudvink nog niet eens zo slecht uit. Dankzij de uitbreidingsplannen van bosgebieden als de Hooge Beek en het Elderbroek, zal de familie goudvink hun winterse rondgang door het Schijndelse woud nog tot in lengte der dagen kunnen voortzetten.

Anton Hellings.

Anton Hellings
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant