Heikneuters tijdens de trek.
Heikneuters tijdens de trek. Foto: Mart Schel

De heikneuter, ons vergeten vogeltje

Column Natuur 1.491 keer gelezen

Kneu is de officiële naam, de Common Linnet is wat bekender misschien? Maar dit sympathieke vogeltje wordt in Brabant dus de heikneuter genoemd: zijn lievelingsgebied is de heide, afgewisseld met akkers. Ze broeden van de Méditerranée tot diep in Siberië, en dat maakt ze tot de meest verspreide kleine vinkensoort. In deze tijd, de eerste helft van oktober, heb je de meeste kans om ze te spotten. Dat komt omdat ze zich verzamelen in groepen om naar zuidelijke streken te vliegen, en we krijgen daarbij ook bezoek van kneuters uit het noorden. Via telposten weten we dat er jaarlijks zo’n tweehonderdduizend kneuters van noord naar zuid over ons land trekken! De kneuters die hier gebroed hebben, vliegen nu naar Zuid-Frankrijk en Spanje om te overwinteren. Als je dus in deze tijd een groepje kneuters in de kijker hebt (zoals op de foto), dan zijn het waarschijnlijk noorderlingen. Het is een vogel die genoemd is naar zijn geluid: vaak zie je ‘m op een uitkijkpost (een heg of houtwal), rustig kwetterend en neuriënd, het liefst gezellig met soortgenoten. Zijn kneuterige melodische deuntje (wat hij ook in de vlucht laat horen) past goed bij zijn uiterlijk: bescheiden, onopvallend, bruin/grijs gestreept. De mannetjes hebben in de broedtijd een mooi dieprood petje, en een rode gespikkelde borst.

Wat zijn de wensen van de kneuter?
Het is familie van de vink, en dat is goed te zien aan zijn kegelvormige snavel. Die verraadt zijn menu: het is een echte zaadeter, met een voorkeur voor akkeronkruiden. Maïsvelden laat-ie links liggen… De kneuter nestelt graag in stekelige struiken, zoals meidoorn, sleedoorn of hondsroos. Dat biedt meer bescherming, zeker gezien de wat lagere begroeiing van de meeste houtwallen. De kneuter wil graag sterke jongen grootbrengen, en daarom wisselen ze het zaden-menu af met insecten: mineralen en eiwitten zijn belangrijk voor een gevarieerde dis. Het zijn sociale beestjes, en broeden dan ook graag in groepsverband.

Kunnen we ‘m helpen?
In onze omgeving heeft de heikneuter het moeilijk. Niet zo raar eigenlijk, want het enige wat over is gebleven van de Rooise Heide en de Molenheide, is de naam. Van heidegebied is geen sprake meer, en dat is goed te merken aan de aantallen kneuters: in onze grootschalige landbouwgebieden heeft-ie niks te zoeken, en het gebruik van bestrijdingsmiddelen is funest voor zijn kroost. De kneuter is daarom zeker 60% achteruitgegaan in onze “heide-gebieden”. Hij moet het hebben van ons kleinschalig Schijndels landschap, zoals de Smaldonk, het Wijbosch’ Broek, of de Wielse Kamp. Daarom is het ook zo belangrijk dat we houtwallen blijven aanleggen, vlechtheggen planten, en hoekjes inzaaien met akkeronkruiden.

In de duinen en in Drenthe leven in ons land de meeste heikneuters. Daar heeft de populatie zich op een redelijk niveau weten te handhaven. Laten we ons best doen om het Schijndels landschap weer aantrekkelijk te maken voor onze vergeten heidebewoner, en dat we zijn gezellige zachte gekneuter ook hier weer vaker mogen horen…

Anton Hellings.

Anton Hellings
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant