
Al in de winter lammetjes bij de Schaapskooi: ‘Een klein foutje, grote gevolgen’
AlgemeenSCHIJNDEL | Bij Schaapskooi Schijndel is het lammerseizoen dit jaar allesbehalve volgens planning gestart. Waar normaal gesproken de eerste lammetjes pas begin maart worden verwacht, staan er nu al vijftien geboortes gepland voor eind december en begin januari. De oorzaak? Een jong ramlam dat onopgemerkt te lang tussen de ooien is gebleven.
“Dat lammetje was heel vroeg vruchtbaar, bleek achteraf,” vertelt Hennie Hofman. “Normaal worden ramlammetjes in juni al bij de kudde weggehaald, maar deze is per ongeluk blijven lopen. Toen we ontdekten dat er nog een rammetje tussen zat, was het eigenlijk al te laat. Het kwaad was al geschied.”
De situatie werd duidelijk toen tijdens het dekken bleek dat vijftien ooien geen rode of blauwe stempel droegen van de dekram – iets wat normaal gesproken niet voorkomt. “Vijftien is echt veel. Dat vond ik heel vreemd,” zegt Hennie. “Drie weken geleden hebben we echo’s gemaakt en toen wisten we het zeker: deze ooien zijn al eerder gedekt. We gaan uit van circa 1 augustus, dus eind december, begin januari krijgen we die eerste lammetjes al.”
Dat betekent dat de Schaapskooi dit jaar met een dubbele lammertijd te maken krijgt. “Normaal begint onze lammertijd op 4 maart. Nu krijgen we eerst vijftien lammetjes en daarna nog eens tweeëntwintig. Dat is heel wat,” legt Hennie uit. “We zijn nu al bezig met de stal inrichten en de ooien krijgen binnenkort extra brok. Het is alle zeilen bijzetten.”
Schaapskooi Schijndel werkt met drie raszuivere schapenrassen: Drents heideschaap, Schoonebeker en Kempisch heideschaap. Het jonge ramlam was een Drents heideschaap. “Het bijzondere is: hij heeft de Drentse ooien niet bevrucht, gelukkig niet eens zijn eigen moeder,” zegt Hennie. “Maar wel de Schoonebekers en de Kempen. Dat betekent dat die lammetjes niet raszuiver zijn en dus niet bij ons kunnen blijven.”
Voor de kudde heeft dat gevolgen. De lammetjes zullen verkocht worden en zorgen dus niet voor natuurlijke aanwas. “Eigenlijk raak je zo al snel zo’n twintig à vijfentwintig dieren kwijt voor de toekomst van de kudde. Dat is best zonde,” erkent Hennie.
De kudde is op dit moment al kleiner dan gewenst. Boeren zijn in de mogelijkheid om hogere pachtprijzen per hectare te betalen voor gronden van Staatsbosbeheer. Als vrijwilligersorganisatie kan de Schaapskooi deze bedragen niet opbrengen, waardoor het niet langer mogelijk is om dergelijke gronden te pachten. Daarnaast gaat het steeds vaker om eenjarige pachtcontracten, terwijl juist meerjarige afspraken nodig zijn om de toekomst van de kudde veilig te kunnen stellen.
“We zitten nu op 57 schapen. Dat is voor ons eigenlijk heel weinig,” zegt Hennie. “We hebben nog de weilanden rondom de kooi. Misschien dat we na de lammertijd weer richting de zestig of zeventig gaan, maar veel verder kan het voorlopig niet groeien.”
Met een vaste groep van zeven vrijwilligers wordt momenteel alles op alles gezet om de onverwachte situatie in goede banen te leiden. “Iedere dag is er iemand aan het werk hier op de kooi. Op dinsdagmorgen zijn we altijd met z’n allen en doen we het grote werk,” aldus Hennie. Studenten, die in eerdere jaren hielpen, zijn dit jaar niet beschikbaar. “Maar we redden het samen wel. Andere vrijwilligers springen ook bij als dat nodig is.”
De geplande lammetjesdagen blijven gewoon in maart doorgaan. Een vervroegde editie zit er niet in. “Tijdens de lammertijd is het belangrijk dat er rust en hygiëne is. Dat geldt ook voor de dieren,” besluit Hennie. “Maar uiteindelijk is dit ook de natuur. Het is wat het is.”








