Délano voor zijn kast met vele voetbalshirts.
Délano voor zijn kast met vele voetbalshirts. Foto: Bas Ulehake

Stoute schoenen aan om verhalen te scoren

Sport 127 keer gelezen

SCHIJNDEL | Je moet wel een echte voetbalfanaat zijn om alle stadions van de eredivisieteams te bezoeken. Voor Délano van Prooyen is het een hobby waar hij per ongeluk in is beland, samen met zijn vader René. Ze begonnen bij het stadion van Almere City, gewoon door te vragen of ze een kijkje mochten nemen. Inmiddels zit Délano boordevol verhalen, heeft hij een verzameling unieke items opgebouwd én alle stadions minimaal één keer bezocht.

Door: Freek Vervoort

De hobby ontstond eigenlijk doordat vader René merkte dat kinderen tegenwoordig moeilijk contact leggen, omdat ze veel achter schermpjes zitten. Daar wilde hij iets aan doen. “Zelf ben ik van kinds af aan al voetbalgek en heb ik mijn zoon daarmee aangestoken. Ik heb hem altijd aangemoedigd om dingen gewoon te vragen: of hij ergens mag kijken of naar binnen mag. Uiteraard wel netjes, maar wel met de gedachte: nee heb je, ja kun je krijgen.” En zo geschiedde voor Délano. Ieder eredivisiestadion van Nederland heeft hij inmiddels in anderhalf jaar tijd bezocht. Klaar is hij zeker nog niet. “Komend jaar spelen ADO en Cambuur weer in de eredivisie, dus dan moet ik daar weer heen natuurlijk”, lacht de 11-jarige. Door simpelweg de vraag te stellen of ze het stadion in mogen, gaan deuren open die normaliter gesloten blijven. Zo zijn Délano en zijn vader al in verschillende kleedkamers geweest en zelfs in het spelershome van RKC – destijds nog eredivisionist – terwijl de spelers daar zaten te lunchen.

“Dat was echt heel gaaf. Ik mocht gewoon doorlopen en heb daar verschillende spelers gezien. Toen ze vroegen voor welke club ik was, zei ik – na enig aarzelen – dat ik voor Ajax ben. Toen werden we zelfs uitgenodigd voor de thuiswedstrijd tegen Ajax. Echt fantastisch was dat!” Dat zijn niet de enige deuren die voor hen zijn opengegaan, want bij iedere club hebben Délano en René een eigen verhaal. “Bij Telstar mochten we het stadion zo in. Ze waren een nieuw veld aan het leggen en iedereen kon naar binnen. We hebben het netjes gevraagd, maar het was geen probleem”, vertelt René.

“Bij FC Utrecht was het ook heel vet”, vult zijn zoon aan met een glimlach van oor tot oor. “We waren bij de ArenA geweest en reden op de terugweg via Utrecht. We hadden nog wat tijd over. Toen we bij Stadion Galgenwaard aankwamen, gingen we netjes naar binnen om te vragen of we mochten kijken. In eerste instantie zei die vrouw dat het niet mocht. Toen ik vertelde dat we net uit Amsterdam kwamen en daar wel naar binnen mochten, ging ze even bellen. Ze kreeg toenmalig commercieel directeur Joost Broerse aan de lijn en die zei: ‘Als het in Amsterdam mag, dan hier zeker. Stuur hem maar door.’ En zo stonden we alsnog in het stadion, haha.” Délano en zijn vader beleven op deze manier de mooiste avonturen in het profvoetbal. Zo kreeg hij via oud-prof Romano Denneboom een rondleiding door het Excelsior-stadion, ontving hij via Schijndelaar Rik Mulders een jas van FC Den Bosch en scoorde hij een handtekening van Davy Klaassen op zijn eigen Ajax-shirt. Délano heeft er een fantastische hobby aan overgehouden. En dat alles door simpelweg de stoute schoenen aan te trekken en gewoon vragen te stellen.

Via deze weg hopen Délano en zijn vader nog meer voetballers te leren kennen en hun netwerk uit te breiden. Mocht je hen hierbij kunnen helpen, dan mag je contact opnemen met de redactie. Dan kunnen Délano en René op naar nog meer stadions én nog meer mooie herinneringen.

Afbeelding
Afbeelding
Op de foto met Lasse Schöne van NEC Nijmegen.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant