
De natuur als atelier: Antine Scherff over De pracht van bloemen
Cultuur 310 keer gelezenSCHIJNDEL | De expositie De pracht van bloemen in het Museum Jan Heestershuis brengt werk van Jan Heesters en andere kunstenaars uit de vaste collectie samen met hedendaagse interpretaties van bloemen. Maar wat betekent het eigenlijk voor de deelnemende kunstenaars om aan deze tentoonstelling mee te werken? DeMooiSchijndelKrant stelde een aantal van hen vijf vragen over hun inspiratie, hun bijdrage aan de expositie en de verbinding met het werk van Jan Heesters. Deze keer: Antine Scherff.
Wat betekent het voor jou om deel uit te maken van de tentoonstelling De pracht van bloemen in het Museum Jan Heestershuis?
Ik vind het echt een eer om mijn werk hier te mogen tentoonstellen. Ik woon pas sinds januari 2026 in Schijndel, dus het voelt extra bijzonder om nu al onderdeel te zijn van een tentoonstelling in mijn nieuwe dorp. En dan ook nog in zo’n mooie en bijzondere ruimte als het Museum Jan Heestershuis.
Ik heb altijd gedacht: wat zou het gaaf zijn als ik ooit in een museum kan exposeren. En ineens kwam het op mijn pad, via Marcel Eekhout en Aleks Droog, die hier ook exposeren. Dat maakt het extra leuk.
Het museum is niet groot, maar dat past eigenlijk heel goed bij mijn werk. Ik vind het licht, de sfeer en het interieur van de oude woning van Jan Heesters prachtig. Het voelt heel passend om mijn werk juist hier te laten zien, tussen het werk en de geschiedenis van deze plek.
Bloemen staan centraal in deze expositie. Wat inspireert jou aan bloemen en hoe vertaalt u dat naar uw eigen kunst?
Bloemen zijn al jaren een belangrijk thema in mijn werk. Ik ben vooral gefascineerd door de schoonheid én de vergankelijkheid van de natuur. Een bloem is prachtig op het moment dat hij bloeit, maar juist het verval en de veranderingen die daarna komen, vind ik ook interessant.
Ik werk graag met wat ik buiten vind: bloemen, takjes, bladeren, zaden, zand en andere natuurlijke materialen. Die materialen verzamel, bewerk en verwerk ik vervolgens in mijn schilderijen. Daarbij combineer ik ze met onder andere fotografie, acrylverf, pigmenten, inkten en andere mixedmedia-technieken.
Mijn werk is daardoor niet bedoeld als een realistische afbeelding van een bloem of een bloemenveld. Het ontstaat juist uit de materialen en indrukken die ik verzamel. Ik zoek naar een beeld dat qua sfeer, kleur en materiaal klopt. Soms lijkt het op een bloem, maar het is niet per se een bestaande bloem. Ik vind het juist leuk als de kijker er zelf iets in ontdekt.
Welk werk of welke werken toon je tijdens de expositie en kunt u iets vertellen over het verhaal daarachter?
Tijdens de tentoonstelling zijn mijn werken Zomerzucht, Franse Weide, Distel, Dromend kruid, Hoedjes in ‘t riet, Stille bloei en Waar het sepia waait te zien. Daarnaast zijn er ook nog een aantal kleinere werken te vinden in het winkeltje van het museum.
Eigenlijk hebben al deze werken hetzelfde uitgangspunt: ze ontstaan vanuit materialen die ik in de natuur vind, die ik bewerk en vervolgens opnieuw verwerk in een schilderij. Door verschillende materialen, kleuren en technieken te combineren, ontstaat er een nieuw beeld.
Soms hoor ik bezoekers enthousiast vertellen welke bloem zij denken te zien. Dat vind ik ontzettend leuk om anoniem mee te krijgen. En het grappige is: de namen van de bloemen bedenk ik zelf, want meestal bestaan ze helemaal niet! De sfeer van het schilderij is meestal bepalend voor de titel.
Is er een werk van Jan Heesters dat je bijzonder aanspreekt of waarmee u een verbinding voelt?
Ik vind het eigenlijk heel moeilijk om maar één schilderij van Jan Heesters te kiezen. Zijn kleurgebruik spreekt mij enorm aan. Ik houd van de combinatie van de wat oudere, bijna vergankelijke sfeer in zijn werk en het contrast met zijn heldere, rijke kleuren.
Het grote schilderij waar tijdens de opening een lezing over werd gegeven, vind ik bijvoorbeeld prachtig. De felle, rijke kleuren en de verschillende bloemensoorten maken me gewoon vrolijk.
Ook het schilderij dat op de uitnodiging van de tentoonstelling staat, spreekt me erg aan: het felrode kleurgebruik tegen die donkere achtergrond. Dat contrast vind ik heel mooi.
Wat hoop je dat bezoekers meenemen na een bezoek aan de tentoonstelling?
Ik hoop vooral dat bezoekers met verwondering naar buiten gaan. De tentoonstelling laat mooi zien dat bloemen kunstenaars door verschillende generaties heen blijven inspireren. Van klassiek geschilderde boeketten en tuintaferelen tot heel eigentijdse en soms abstracte verbeeldingen. Iedere kunstenaar geeft daar op zijn eigen manier betekenis aan.
Voor mij is het allerleukste om te horen wat mensen over de verschillende werken zeggen. En natuurlijk ben ik ook nieuwsgierig naar wat ze van mijn werk vinden. Soms hoor ik mensen met elkaar bespreken wat ze in een schilderij ontdekken. Dat vind ik prachtig.
Als iemand in mijn werk ineens een bijzondere bloem ontdekt die ik zelf nooit zo heb bedoeld, denk ik: mooi, dan heeft het schilderij precies gedaan wat ik hoopte. Het hoeft niet altijd één duidelijk antwoord te hebben. Ik vind het juist leuk als een werk ruimte laat voor ieders eigen verbeelding.










