’t Skrèverke. Foto: Jankees Schwiebbe
’t Skrèverke. Foto: Jankees Schwiebbe Foto: Jankees Schwiebbe

‘t Skrèverke

Algemeen

Veel vogels hebben een mooie Schijndelse tweede naam: bekende voorbeelden zijn de Biedief (Pimpelmees), of de Morkolf (Vlaamse Gaai). Persoonlijk vind ik het Skrèverke het meest tot de verbeelding spreken. Zijn officiële naam is de Geelgors, een typische bewoner van ons kleinschalig cultuurlandschap. Ik maak een wandeling langs het Duits Lijntje, en hoop dat-ie zich laat zien en horen…

Met de kroontjespen
Het Skrèverke dankt zijn naam aan zijn handtekening op zijn eieren; ze zijn voorzien van kunstige kronkellijntjes, als waren ze met een kroontjespen beschreven. En niet zoals Chat GPT ons wil laten geloven, dat zijn bijnaam afgeleid is van de zang (zo zie je maar dat niet alles klopt op internet). Het Skrèverke is een charmante verschijning in ons buitengebied, met zijn goudgele kop-met-kuifje: hij houdt van een afwisselend akkerlandschap met hagen en houtwallen. Dat is ook meteen zijn probleem in Nederland, want door de schaalvergroting is de Geelgors verdwenen uit het westen. Bij ons op de zandgronden en in het oosten, met name Drenthe, is hij nog een algemene broedvogel.

Beethoven-vogeltje
Ik loop via de Schootsehoef naar de Truijenheide, en vlakbij het Duits Lijntje hoor ik hem roepen: tsjie-tsjie-tsjie-tsjiéééééh… Het verhaal van de grote componist schiet door mijn hoofd. Het schijnt dat Beethoven zich liet inspireren door de Geelgors voor zijn vijfde symfonie! Inderdaad, de eerste vier noten worden door ons Skrèverke vol overtuiging gezongen. Daarbij legt-ie zijn kop in de nek, om zo mogelijk nòg imposanter over te komen. De houtwallen op het spoorwegtalud vormen voor de Geelgors een perfecte broedplek, en tegelijk een mooi uitzichtspunt om zijn territorium te overzien. Want het mannetje zit het liefst op een hoge tak, en laat de vijfde van Beethoven over de velden schallen!

Aanplant van veldstruweel
In de laatste decennia is er veel aandacht voor kleine landschapselementen, waar vooral de Geelgors van profiteert. Eind jaren negentig was het droevig gesteld met de soort, maar nadat er meer akkerranden werden ingezaaid met wildmengsels, en er ook meer veldstruwelen werden aangeplant, herstelde de Geelgors zich weer. Behalve een divers zadenmengsel moet de soort het ook hebben van een rijk insectenleven, want in de broedtijd zijn de jongen gebaat bij een afwisselend menu. En dus bij deze een pleidooi voor meidoornhagen, sleedoorn- en hondsroos-struwelen!

Boeren en burgers de handen ineen
Het kan soms simpel: met de herinrichting van ons buitengebied kunnen we aan de ene kant veel natuurwinst genereren, terwijl aan de andere kant de boer profiteert vanwege een gunstig klimaat voor “plaagvijanden” als spinnen, roofvliegen en sluipwespen. Deze groep insecten doet een belangrijke duit in het zakje op het gebied van biologisch beheer. Zelfs zó belangrijk, dat er veel minder of zelfs helemaal geen insecticiden meer hoeven worden gebruikt. Een grote stap dus richting natuur-inclusieve landbouw, met alleen maar winnaars: wij als liefhebbers van ons kleinschalig Schijndels landschap, de boer die geen verantwoording hoeft af te leggen voor het gebruik van pesticiden, en het Skrèverke als ambassadeur van ons skôn Skèndel…

Anton

Anton Hellings
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant