
Vergeten geschiedenis rolt weer tot leven in Schijndel
Algemeen 1.176 keer gelezenSCHIJNDEL | Waar de meeste Schijndelaren bekend zijn met de drie klassieke K’s – kousen, kaarsen en klompen – voegt Eugène de Groot daar op maandag 16 juni een vergeten vierde K aan toe: die van de kar. In een boeiende lezing in Het Spectrum neemt hij het publiek mee langs de rijke voertuiggeschiedenis van Schijndel, van Romeinse karren tot de laatste wagenmakers. Aansluitend presenteert hij twee unieke boeken die deze vaak over het hoofd geziene geschiedenis weer op de kaart zetten.
‘De vergeten K van Schijndel’, over karren en wagen(maker)s met boekenpresentatie door Eugène de Groot is op 16 juni 2025 om 20.00 uur in de Blauwe Zaal van Het Spectrum, Steeg 9 te Schijndel
We horen nogal eens over de drie K’s van Schijndel: de kousen (Jansen de Wit), de kaarsen (Bolsius) en de klompenindustrie die tot in de twintigste eeuw floreerde. Die successen werden mede mogelijk gemaakt door vervoermiddelen voor materialen, producten en mensen. Deze voertuigen werden vervaardigd door ‘radmakers’ of ‘raaimakers’, die later ‘wagenmakers’ werden genoemd.
De ‘vergeten K’ staat in Schijndel bij uitstek voor de kar. Schijndel hoorde tot een echt karrengebied. De kar werd massaal ingezet in de landbouw en ambachten, maar ook voor personentransport. Tot ongeveer de Tweede Wereldoorlog speelde de kar een belangrijke rol in het economische en maatschappelijke leven van Schijndel. De invloed ervan nam echter al vanaf het begin van de vorige eeuw af, door de opkomst van trein, tram en vooral de automobiliteit.
In Schijndel waren met name de zogenaamde hoogkar, de erdkar en de mallejan van belang. Die laatste werd gebruikt voor het vervoer van boomstammen, die in de Schijndelse economie op grote schaal werden geteeld en verwerkt, onder meer in klompenmakerijen, wagenmakerijen en kuiperijen.
Tijdens de lezing wordt de geschiedenis van voertuigen in Schijndel uit de doeken gedaan. Het verhaal draait rond het wiel: van de vroege uitvinding – ver van Schijndel – via het gebruik in de Romeinse tijd – niet ver van Schijndel – tot aan de middeleeuwen, met de vroegste getuigenissen over Skinle, en doorlopend tot in de twintigste eeuw. De lezing eindigt met de wagenmakerij Van Uden, de laatste Schijndelse wagenmaker, en de voormalige Schijndelse kruiwagenfabriek Matador (nu in Helvoirt), inmiddels een internationale producent van wielen, kruiwagens, platformwagens en steekwagens.
Schijndel beschikt over enkele bijzondere historische objecten die in de lezing speciaal worden uitgelicht: een gaaf bewaard gebleven karrenwiel uit circa 1600, een kalligrafie van een negentiende-eeuwse wagenmaker en het kasboek van de Schijndelse wagenmaker Martinus Mallens uit diezelfde eeuw. Aan dat kasboek – en wat het vertelt over het dagelijks leven in Schijndel – is een apart boek gewijd, uniek in de Nederlandstalige wagenmakersliteratuur. Daarnaast is een boek verschenen over de voertuiggeschiedenis van Schijndel. Uit beide boeken blijkt hoe nauw de wagenmakerij verbonden was met de dorpssamenleving en economie.
De lezing wordt verzorgd door Eugène de Groot, zoon van een Udense wagenmaker en al jarenlang inwoner van Schijndel. Hij is de auteur van beide boeken die na afloop van de lezing worden gepresenteerd en te koop zijn:
De vergeten K van Schijndel, met voorwoorden van oud-geschiedenisleraar Pie de Groot en kenner van de Brabantse agrarische voertuiggeschiedenis Geert de Bruijn, voor € 17,95.
Het vergeten kasboek van Martinus Mallens, met een voorwoord van Schijndelse heemkundekenner Henk Beijers, voor € 12,95.








