
Schijndelse wielerpioniers in Tour de féminin
Sport 1.460 keer gelezenSCHIJNDEL | Twee vergeten Schijndelse pioniers van het vrouwenwegwielrennen doen hun verhaal. Ex-wielrensters Sissy van Alebeek en Carolien de Laat vertellen over hun wielercarrière.
Door: Cis van Pinxteren
Carolien de Laat reed de Tour de féminin in 1990 en 1993 namens de Nederlandse selectie. Ze reed voor de ploegen TreslongBurnham, Groen Transport en daarna nog de Hartol-ploeg. In 2002 reed Sissy haar eerste en enige Ronde van Frankrijk, ze reed vaker de Ronde van Italië. Sissy van Alebeek reed achtereenvolgens voor de ploegen VKS, Opstalan, Farm Frites-Hartol, Van Bemmel-AA Drink, RCMD de Coureur en Team Ton van Bemmelen-Odysis voordat ze stopte in 2009. Voor Sissy was WV Schijndel altijd haar club. Vanaf haar achtste doorliep ze haar hele jeugd daar, tegenwoordig traint ze zelf jonge rensters. Carolien: “Volgens mij zijn we tegelijk begonnen, ik ging pas wielrennen op m’n zeventiende bij de nieuwelingen. Ik heb Sissy nog verslagen in de sprint terwijl zij een veel betere sprinter was dan ik. Toen zaten we samen in de kopgroep, zij was toen eerstejaars”, zegt Carolien.
Ziekte van Pfeiffer
Het contact tussen hen en andere ploeggenoten is na de sportcarrière verwaterd. “Op het moment dat je stopt dan ben je er echt uit. Als je dan rondloopt als ex-prof tussen die renners voelt dat ongemakkelijk. Je weet dat je er niet meer bij hoort. Ik was vooraf en achteraf supergelukkig en trots toen ik de Tour had gereden maar toen ik er zelf inzat was het echt niet leuk. Je ziet elke dag gigantisch af en verlegt je grenzen”, zegt Carolien. De Tour de féminin van 1993 reed Carolien ondanks dat ze nog niet volledig hersteld was van de ziekte van Pfeiffer. “Daarom kreeg ik waarschijnlijk ook een terugval op de rustdag. Toen ik de Tour had gereden was ik terug bij af en had er nog last van.” Naast de trainingen met de mannen en wedstrijden als amateurwielrenner werkte Carolien als gemeentelijk adviseur bij gemeente ‘s Hertogenbosch. “In die tijd kon je niet leven van het wielrennen, we kregen van Leontien van Moorsel na de Ronde van Frankrijk drieduizend gulden per renster. Dat was het.” Kopvrouw en icoon Leontien van Moorsel gaf enkele groene en gele truien van haar aan teamgenoten als dank voor hun harde werk (zie foto). Carolien: “Hier reed Leontien, ‘Tinus’, in rond, ze waren veel te groot en best wel dik. De Europese logo’s zijn er nog ouderwets op geplakt.”
Leefstijlcoach
Als beginnend parttime leefstijlcoach begeleidt ze mensen met het gezonder leven door te bewegen, sporten, te eten en ontspanning. “Omdat je extreem sport, traint en leeft dan zie ik nu dat de ontspanning en afwisseling ontbrak. Buiten het fietsen deed je weinig andere dingen, je overbelast je eigen systeem.” Sissy beaamt dat de jeugd tegenwoordig wordt begeleid in het goed verzorgen en de gezonde voeding.
Nederlands kampioen
Carolien kon goed klimmen maar hield het meest van afdalen. Carolien: “Na de start volgde meteen de Col du Tourmalet, het peloton viel uit elkaar. Toen de afdaling begon, ik hou van afdalen, haalde ik de ene na de andere in totdat ik bij de beste klimmers zat. De eerste de beste serieuze klim daarna moest ik meteen lossen en alleen naar de finish rijden.” Sissy hees zich elke dag ook met pijn en moeite over grote hoogtes. “Elke dag belde ik naar huis om te vertellen of ik er nog inzat. Ze zouden me binnenhalen bij de finish in Parijs.” Sissy kroonde zich na een machtige sprint in 2001 tot Nederlands kampioen op de weg, de route naar de roodwitblauwe kampioenstrui was echter niet zonder hobbels. “M’n vader overleed twee weken daarvoor, hij stierf op de terugweg van een wedstrijd in Spanje aan een aneurysma (zwakke plek slagader). Hij was er altijd bij het fietsen, het zou gek zijn als ik het NK niet zou rijden. Het NK beleefde ik in een roes, veel is er aan me voorbijgegaan, na de finish viel ik huilend in de armen van ons mam. Wielrennen is echt een sport wat veel vraagt van het gezin. De trui ligt op zolder bij m’n moeder in een lijst.” Het fietsen heeft haar veel gebracht, ze ging na haar carrière als commercieel manager jarenlang aan de slag bij de ploeg van Argos-Shimano. “Het vrouwenwielrennen is tegenwoordig een professionele sport met een serieuze Tour de France. Ik ben blij dat ik fietste in de tijd waarin er losser werd gekoerst met tijd voor geintjes, toen legde er alleen de druk die je jezelf oplegde. De sport maakt een megaontwikkeling door en zal in de toekomst nog een ontwikkeling moeten doormaken in de breedte.”
Spartaans
Sissy van Alebeek herinnert zich leuke, intensieve tijden beleefde met ploeggenoten. “We hebben zoveel lol gehad en onzin beleeft, als je in het buitenland aan het rijden bent ga je helemaal kapot. Je moet door en bent op elkaar aangewezen in een volgend vies hotel met smerig eten. Samen sleep je elkaar er doorheen en maak je er het beste van.” De huidige professionele begeleiding en luxe ontbrak in die jaren. Carolien: “Je zat urenlang opgevouwen in een busje en had bijna kramp als je eindelijk bij de etappestart kwam. Je spullen, schone kleren, eten en drinken moest je allemaal zelf regelen.” Sissy weet nog hoe dat was. “Het voelde een beetje als een Spartaans jongerenkamp, dat had zo z’n charme. De afbeulende trainingskampen waren ook héél leuk. Nu kunnen ze douchen en staat er een bakje eten voor ze klaar. Je werd toen ooit op een vliegveld gezet en succes, zo werd je snel zelfstandig.” De Schijndelaar viel één keer had in een afdaling. “Ik ging daarna de klim weer oprijden, ik was hard op mijn hoofd gevallen. Toen kwamen ze ‘je moet de andere kant op’, ik heb de etappe daarna gewoon uitgereden. Daarna ben ik minder hard gaan dalen, dan gaat het toch in je lijf zitten denk ik.”









