
’t Skônste plèkske
Met gemengde gevoelens schrijf ik hier mijn laatste stukje voor de Mooi Schijndel Krant in deze vorm. Ik heb met veel plezier vijftig columns over ons landschap gemaakt, maar ik vind ook dat ik naar een afronding toe moet werken. Ik wil graag de lezer, voor zover dat nog niet duidelijk was, wat kleine dingetjes meegeven waarom wij trots mogen zijn op ons buitengebied, en waarop we dus verdomd zuinig moeten zijn.
Waarom is het Schijndels landschap uniek?
De combinatie van helder kwelwater en de diverse leemlagen zorgen voor de basisvoorwaarden om een rijke kruidenlaag te ontwikkelen. Het kwelwater is afkomstig van de Ardennen, en dus is de vergelijking met Spa bronwater nog niet eens zo gek… Ondergronds stroomt hier een breed grondwater-systeem richting Den Bosch, dat zijn aanwezigheid hier en daar verraadt door een bronnetje aan de oppervlakte. Het is ook niet voor niets dat hier een pompstation is gebouwd dat half Oost-Brabant van zuiver drinkwater voorziet. Deze ondergrondse “rivier” is de basis voor de bijzondere vegetatie die de aandacht trekt van liefhebbers uit het hele land.
Bijzondere flora en fauna vormen het bewijs
Wie zich een kleine beetje verdiept in de details van onze natuurgebieden, komt al snel tot de conclusie dat er bijzondere planten en dieren in Schijndel wonen: neem alleen al de duizenden sleutelbloemen die we in de slootkanten tegenkomen. Deze prachtige zachtgele “pôsbloem” komt alleen hier zo massaal voor. Of de kleurrijke salamanders die onze poelen bevolken, juweeltjes om te zien! Voeg daar de zeldzame eenbes, knikkend nagelkruid en zwartblauwe rapunzel aan toe, en het bewijs is geleverd: ons buitengebied wordt door wetenschappers gekwalificeerd als een landschapstype van hoge kwaliteit, waarvoor we onze nek moeten uitsteken.
Verbindingen leggen is het motto
De gebieden waar het om gaat, liggen als een schil om onze bebouwde kom gedrapeerd. Het gevaar bestaat dat in de nabije toekomst deze waardevolle kleinschalige stukjes geïsoleerd raken. Andere belangen zoals woningbouw, landbouw, en infrastructuur vormen serieuze bedreigingen, waarvoor we waakzaam moeten zijn. Als de verbindingen tussen deze natuurgebieden worden verbroken, zijn ze ten dode opgeschreven. Op zijn Cruijfiaans gezegd: “Je gaat het pas zien als je het door hebt.”
Op de drempel van een nieuwe tijd
We zijn op een punt van no-return aangeland. Als we nu geen definitieve keuzes maken om het Broek, de Prekers, de Liekendonk, het Creijspot (om er maar een paar te noemen) veilig te stellen voor de toekomst, krijgen we daar eeuwig spijt van. Of zoals we in ons volkslied zingen: "Ut skônste plèkske van hil de wirreld li, door in dè landskap wor iedereen zo gruts op gi; en wilde wete, wor of ge dè veine kant, dan kom mar nor Skèndel, dieje parel in ons land…”
Anton Hellings.
